Hoe wij kweken

Groeien op eigen kracht

Onze bomen groeien zonder steunpalen en zonder groeiversnellers.  Maar met wind, veel ruimte en de tijd om zelf sterk te worden.

Een sterke basis voor het leven

Een sterke boom begint met weerstand. Daarom kweken we onze bomen zonder steunpalen. Ook jonge bomen krijgen bij ons geen bamboestok die hen ondersteunt en in een bepaalde richting dwingt. We onderdrukken de natuurlijke processen niet, maar laten ze juist hun werk doen.

De ruimte tussen onze bomen geeft de wind vrij spel. Een jonge boom zonder steun gaat mee bewegen, leert zich schrap te zetten. De stam wordt sterker en ontwikkelt een stevige kern. Ook het wortelgestel groeit mee. Zonder steunpaal moet een boom zichzelf overeind houden en zoekt hij met zijn wortels naar houvast.

Een gesteunde boom kan in het begin sneller groeien. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een voordeel, maar snelheid heeft een prijs.

Wanneer een jonge boom weinig weerstand ondervindt, hoeft hij zichzelf minder sterk te maken. Juist die eerste jaren zijn bepalend voor de basis die onder zijn kroon schuilgaat.

Het verschil zie je niet altijd aan de buitenkant. Een snel en een rustig gegroeide boom kunnen er op jonge leeftijd vrijwel hetzelfde uitzien. Maar binnenin wordt de basis gelegd voor de boom die hij later zal worden. De houtcellen worden sterker, korter en hebben een dikkere wand waardoor de stam een stevige kern opbouwt. Die kern vormt het fundament voor de rest van het leven van de boom.

Een boom die in zijn jonge jaren heeft geleerd zichzelf te dragen, is beter bestand tegen wat later op hem afkomt. Wind, hitte, vorst en droogte worden deel van zijn leven, maar niet meteen zijn einde. Zo krijgt een boom de kans om niet alleen groot te worden, maar ook sterk en gezond oud te worden.

Een boom snel laten groeien terwijl hij eigenlijk nog moet leren zichzelf te dragen, is voor ons een beetje alsof je een kind leert lopen met krukken. Je neemt precies de weerstand weg die nodig is om zelf sterk te worden.

Ook de bodem mag haar werk doen

Diezelfde gedachte zit ook in de manier waarop we met onze bodem omgaan.

We bemesten onze bomen niet om ze zo snel mogelijk groot te krijgen. We voeden liever de bodem met organisch materiaal. Zo bouwen we aan een rijke humuslaag en een gezond bodemleven waarin bacteriën, schimmels en andere organismen hun werk kunnen doen.

Een gezonde bodem geeft een boom wat hij nodig heeft, op het ritme dat bij hem past. We sturen dus niet voortdurend bij, maar creëren vooral de omstandigheden waarin de boom zelf kan groeien.

Ook daarom verplanten we onze bomen gemiddeld om de drie jaar, of steken we ze rond. Daarbij worden de wortels die het water opnemen dichter bij de stam gehouden. Zo blijft een compact en actief wortelgestel behouden en kan de boom na het verplanten gemakkelijker verder groeien.

Ook dit is een bewuste vorm van vertragen. Niet zoveel mogelijk groei in zo weinig mogelijk tijd, maar een boom die stap voor stap een sterke basis ontwikkelt.

We kweken voor het hele leven van een boom

Want voor ons gaat het bij een boom nooit alleen over hoe hij er vandaag uitziet. We kweken bomen voor hun hele leven.

Een boom die op jonge leeftijd de tijd krijgt om een sterke basis te ontwikkelen, krijgt later meer kansen om uit te groeien tot een boom die gezond oud wordt. Een boom die decennia, misschien zelfs eeuwen, op zijn plek kan blijven staan.

Voor ons is een boom namelijk niet iets dat je enkel voor jezelf plant. Het is iets dat je doorgeeft aan de volgende generaties. Een soort van testament. Een teken dat je verder kijkt dan je eigen leven. Een geschenk aan mensen die je nog niet kent.