Malus sylvestris
De wilde appel is een kleine, karaktervolle boom met een grillige vertakking en een natuurlijke, vaak wat onregelmatige kroon. De stam en takken kunnen met de jaren een mooie, ruwe structuur krijgen, waardoor de boom ook buiten het groeiseizoen interessant blijft.
In het voorjaar verschijnen de wit tot lichtroze bloemen. Ze trekken bijen en andere bestuivers aan en geven de boom een frisse, lichte uitstraling. Na de bloei ontstaan kleine appeltjes die in de loop van de zomer en herfst geelgroen tot roodachtig kunnen kleuren. Ze zijn een stuk kleiner en zuurder dan de appels die we kennen uit de boomgaard, maar vormen wel een opvallend onderdeel van de boom.
Het blad is frisgroen en ovaal van vorm. In de herfst verkleurt het voordat het afvalt, waardoor de boom doorheen het jaar verschillende gezichten laat zien.
Malus sylvestris is een sterke, inheemse soort die het goed doet op een zonnige standplaats en verschillende grondsoorten verdraagt, zolang de bodem niet langdurig nat is. Door zijn bescheiden formaat past hij ook goed in een kleinere tuin of natuurlijke beplanting.
De combinatie van bloesem, kleine vruchten, grillige vertakking en natuurlijke groeivorm geeft de wilde appel een eigen karakter. Geen strak gevormde boom, maar juist eentje die mooi tot zijn recht komt in zijn natuurlijke vorm.

Bert Baeten
Boomkweker


