Fagus sylvatica
De gewone beuk is een van de meest herkenbare bomen van onze streken. Met zijn gladde, zilvergrijze stam en dichte kroon heeft hij een rustige, statige uitstraling. Geef hem voldoende ruimte en hij kan uitgroeien tot een grote boom met een brede, indrukwekkende kroon.
In het voorjaar verschijnen de jonge bladeren frisgroen en zacht. Later worden ze dieper groen en vormen ze een dicht bladerdak dat in de zomer voor veel schaduw zorgt. In de herfst kleuren ze goudbruin en blijven ze vaak lang aan de takken hangen.
Ook in de winter houdt de beuk een deel van zijn verdorde bladeren vast, vooral bij jonge bomen en beschutte exemplaren. Daardoor blijft de kroon langer zichtbaar en krijgt de boom een heel ander uiterlijk dan wanneer hij volledig kaal zou zijn.
De beuk groeit het liefst op een voedzame, goed doorlatende bodem en voelt zich goed in zon tot halfschaduw. Hij houdt niet van langdurige droogte, zeker niet wanneer hij nog jong is. Onder goede omstandigheden kan een beuk zeer oud worden en een indrukwekkende stam en kroon ontwikkelen.
De gladde stam, het dichte bladerdak en de rustige groeiwijze maken hem tot een echte klassieker. Een boom die misschien niet meteen de aandacht opeist, maar die met de jaren steeds meer aanwezigheid krijgt.

Bert Baeten
Boomkweker







